|
Beslismodel plastics
Bron: Procesverbeteren.nl
|
Duurzaam (green): Circulaire organisatie |
Beslismodel duurzaamheid plasticsDoor Dr Ir Jaap van Ede, hoofdredacteur procesverbeteren.nl, 27-11-2023 Plastics zitten in talloze producten. Ze zijn licht en veelzijdig, maar hebben een negatief milieu-imago. Toch is streven naar een wereld zonder plastics niet slim. Om in te schatten hoe slecht (of goed) een bepaalde variant is, moet je kijken naar de grondstoffen, de manier van productie en (her)gebruik, én naar alle milieu-effecten. Zo’n levenscyclusanalyse is voor een expert al heel lastig, laat staan voor de gemiddelde inkoper! TNO en Fraunhofer ontwikkelden daarom een beslismodel, dat je helpt om de juiste vragen te stellen. 100% zekerheid over de juiste beslissing krijg je nooit, tenzij je minder van precies dezelfde kunststof inkoopt. Op Instagram geeft de hashtag #plasticsfree maar liefst 4,7 miljoen hits. Menigeen wil plastics zo ver mogelijk terugdringen. Ik ben niet echt milieu-activistisch, maar heb zelf ook nog wel een idee: geen plastic hoesjes meer om vakbladen! Intuïtief denk ik in de juiste richting, zo zal straks blijken: minder plastic waar dat kan is het beste. Dit staat echter haaks op de huidige trend: de productie groeit nog steeds gestaag. Plastics hebben een negatief imago. De grondstof is ‘fossiel’, en ze doen onnatuurlijk aan. Ook zijn plastics geassocieerd met plastic soep in zee, met zwerfafval en met microplastics. 2,4% komt in het milieu terecht.
Ontvang samenvattingen van nieuwe praktijkverhalen! De vijf voordelen van gratis registratie:
Positieve eigenschappen Als inkoper moet je daarom uitkijken dat een duurzaam alternatief zoals bijvoorbeeld een glazen fles geen greenwashing is. De productie van glas geeft namelijk meer kooldioxide-uitstoot dan plastic. En een biodegradeerbare kartonnen krat mag op het eerste gezicht enorm ‘groen’ lijken, maar is dat waarschijnlijk niet als die een kunststof krat vervangt die je veel vaker opnieuw gebruikt. Naast verpakkingen zie je veel toepassingen van kunststof in gebouwen. Dan ontstaat soms de merkwaardige situatie dat de productie het klimaat schaadt, terwijl dezelfde kunststof verderop in de keten onze planeet juist beschermt.
‘Zoiets heet een LCA oftewel een life cycle analysis. Wij en andere bureaus kunnen dat voor je doen. Een aanrader daarbij: check zélf of de data uit betrouwbare bronnen komen, en of het bureau hun analyse door één of meerdere concullega’s laat checken.’ Sowieso is een perfecte LCA onhaalbaar, want niet alle data zijn beschikbaar of ze zijn onzeker. Bij plastics is er bovendien een extra moeilijkheid: microplastics die vrijkomen in het milieu tellen niet mee bij een LCA. Dus wat is dan bijvoorbeeld beter: een kunststof die lang meegaat maar veel slijt, of een kunststof die weinig slijt maar die al snel richting de afvalverbranding gaat? Ketenbreed kijken, en daarbij alert zijn op de bovengenoemde tegenstrijdigheden, is de eerste tip. Daarbij helpt een beslismodel, gepresenteerd in een whitepaper1 van de onderzoeksinstituten TNO en Fraunhofer. De tienstaps R-ladder. Donkerblauwe keuzes passen bij narrowing the loop, lichtblauwe bij slowing the loop, grijze bij closing the loop. In groen: drie 'O-factoren' om de materiaalcyclus groen te laten opereren
Van den Beuken: ‘Die R-ladder begint met de eerst aangewezen oplossingen, refuse, rethink en reduce. Dat noemen wij narrowing the loop: je vermindert de hoeveelheid plastic in de gebruikscyclus. Daarna volgen zaken zoals reuse en repair. Daarmee houd je materialen langer in de roulatie: slowing the loop. Daarna volgen pas de circulaire oplossingen waarop iedereen nu zo de nadruk legt: closing the loop. Eigenlijk is dat verkeerd: je moet éérst kijken of het met minder materiaal kan, en daarna of je een product langer kunt gebruiken.’ Hieruit volgt tip twee voor inkopers: Een alternatief is vaak duurzamer als je daarmee, gezien vanaf de bovenzijde van de R-ladder, een of meer tredes teruggaat. ‘Maar pas op: in ons model hebben wel een voorwaarde toegevoegd! Alle lagere R-opties moeten mogelijk blijven. Een productontwerp met minder plastics, waardoor je dat product daardoor niet meer kunt repareren, is dus niet goed.’ Het is in elk geval het beste om bovenaan de R-ladder te beginnen. Dus met refuse (kan het met minder) en rethink (kan het anders). Zo start je bij jezelf. ‘Dat kun je als inkoper niet alleen, maar enkel samen met bijvoorbeeld de productontwikkelaars in je bedrijf en met leveranciers. Wellicht kan een product zodanig worden ontworpen dat er minder plastic in zit, of kun je producten afnemen als dienst, zodat een leverancier ze makkelijker kan recyclen.’ Wij danken onze partners/adverteerders, door hen kunnen wij onafhankelijke artikelen maken!Ontdek bijvoorbeeld hoe onderstaande partij Duurzaam in de praktijk helpt brengen! De AlignmentPuzzelDoor belabberde interne samenwerking verliezen bedrijven veel tijd, capaciteit en slagkracht. Daardoor verdampt er veel geld en vertrekken gemotiveerde medewerkers. Het kan anders! Het boek De AlignmentPuzzel beschrijft een nieuwe stijl van bedrijfsvoering op basis van drie uitgangspunten. > Naar website Drie O-factoren
Last-but-not-least zijn de eigenschappen van een in te kopen product natuurlijk ook belangrijk: is het de beste oplossing voor het ‘probleem’ waarvoor je een oplossing zoekt! Het beslismodel geeft inkopers goede handvatten om kritische vragen te stellen om de ‘groenheid’ van aanbiedingen te toetsen. Hoe zijn de R’s en de O’s ingevuld ten opzichte van alternatieven? Het complete beslismodel. In essentie kies je voor de hoogste R-trede die lagere R’s niet onmogelijk maakt, én waarbij de drie O-factoren (hernieuwbare energie en grondstoffen, geringe materiaalverliezen) het sterkst zijn ingevuld
Als je dan een verhaal krijgt over de hele keten van productie tot afschrijving, dan zou me dat persoonlijk een veel beter gevoel geven dan enkel ‘ons product bestaat uit natuurlijke grondstoffen’. Want een volledig bio-afbreekbaar product, dat mogelijk ook nog eens lang mee gaat, kan best op een zeer milieuonvriendelijke manier zijn vervaardigd. Misschien is de belangrijkste les wel om zeer kritisch te blijven bij het beoordelen van ’groene’ alternatieven. 100% zekerheid of het ene alternatief beter is dan het andere krijg je nooit. Het model van TNO en Fraunhofer maakt de kans echter wel veel kleiner dat je zaken over het hoofd ziet. Dat geldt vooral als je plastics met plastics vergelijkt. Bij het overwegen van ándere alternatieven helpt het model ook, maar dan ontkom je eigenlijk niet aan een LCA, omdat alternatieven (staal, glas etc.) heel andere eigenschappen hebben én een heel andere levenscyclus. Plastics zullen en hoeven niet compleet te verdwijnen. Het gaat er vooral om ze slim af te wegen tegen elkaar en tegen alternatieven. Bovendien zullen er steeds meer biodegradeerbare plastics komen, gemaakt uit hernieuwbare grondstoffen, en met groene energie als energiebron. 1) From #plasticfree to future-proof plastics (43 pagina’s). Gratis downloadbare whitepaper van de onderzoeksinstituten TNO en Fraunhofer. Alle data in dit artikel komen uit deze whitepaper.Keuzemenu Inkoop (artikelen):
Hulp nodig bij de implementatie van duurzaamheid en circulariteit? Verwijzen naar dit artikel op internet? Gebruik als link: https://www.procesverbeteren.nl/duurzaam/Plasticvrij_niet_altijd_beter.php |
||