Verbetermethoden, in het bijzonder Lean, draaien om afstemming. Just-in-time, first-time-right, en gericht op het eindresultaat: waarde voor de klant. Maar ook afstemming tussen ménsen en hun werk.
De snelle opmars van Smart Industry - een mix van digitalisering, robotisering, virtual reality en artificiële intelligentie - verandert dit niet.
Wat wél anders wordt: Mensen krijgen digitale collega’s, die als coassistenten zorgen voor beslissingsondersteuning. En fabrieken handelen de dagelijkse gang steeds meer zélf af. De mens kan zich dan richten op de afwijkingen, zonder of mét hulp van de eerdergenoemde digitale assistentie.

Spreeuwen hebben keuzevrijheid. Toch blijven ze connected
In een smart fabriek ziet de relatie tussen mensen (en IT) er ook zo uit
Smart Industry goed toepassen is geen sinecure. Als je niet oppast krijg je een ratjetoe aan projecten, even richtingloos als popcorn. Allereerst is er daarom een visie nodig: wat zijn momenteel de belangrijkste bottlenecks en verspillingen, hoe gaan we die aanpakken, en hoe ziet onze fabriek of organisatie er over pakweg vijf jaar uit. Bovendien moet je bestaande processen altijd éérst Lean en dus zo eenvoudig mogelijk maken, vóór je ze automatiseert.
Goede Smart Industry oplossingen dragen bij aan afstemming. Van mensen op elkaar, en van mensen op data. Als informatie goed stroomt, draagt dit ook bij aan de fysieke doorstroom: de vervaardiging van producten of het leveren van diensten. Goed geïnformeerde mensen kunnen bovendien optimaal bijdragen aan procesverbetering. Op die manier benut je de competenties van iedereen. Vertaald naar Lean wil je 0% verliezen en 100% betrokkenheid!
Bedrijven zoals Danone en Takeda spreken in dit verband over connected workers, werkend in ecosystemen. Met dat laatste wordt dan een ‘grenzeloze’ werkomgeving bedoeld.
De genoemde bedrijven staan niet alleen in het nastreven daarvan. Even ‘Googlen’ gaf meer dan een half miljoen hits voor ‘connected worker’, zij het vooral van adviesbureaus en technologie aanbieders. Regelmatig valt zelfs de term augmented connected worker, om te benadrukken dat zo’n persoon méér kan dan zonder techniek.
Bij een connected worker is de verbinding met de digitale fabriek of organisatie in twee richtingen optimaal. Ten eerste krijgt iedereen taakgericht de informatie die op dat moment passend is, van elkaar of van IT-systemen. Vanzelfsprekend hoef je je daarvoor niet langs talloze schermen te worstelen, of fysiek bij iemand aan te kloppen. Bij problemen kun je ook hints krijgen over de mogelijke root cause.
Ten tweede kunnen mensen net zo makkelijk informatie terug geven. Bijvoorbeeld informatie voor team overdrachten. Of over afwijkingen of storingen, waar anderen dan weer actie op kunnen ondernemen.
De vergelijking met de opkomst van internet drong zich aan mij op. Een connected worker is als het ware “online”, als onderdeel van een community van mensen en technologie, die samen een bedrijf of supply chain vormen.
Om iets te hebben aan beslissingsondersteuning moeten mensen (in teams) wel meer autonoom kunnen handelen. Ander gedrag, zeker ook van managers, past daarbij. Alle betrokkenen moeten ook in connectie blijven met de nieuwe mogelijkheden.
Intrigerend: Virtual Reality kan tegenwoordig laten zien hoeveel jouw bewegingen verschillen van het ideaal in een fabriek. Kun je zo straks ook sneller leren tennissen, pianospelen, of een perfecte vrije trap aanleren?
Dr Ir Jaap van Ede,
hoofdredacteur procesverbeteren.nl
